Onkruid bestaat niet
‘Onkruid bestaat niet,’ vertelde de stadsecoloog van Gouda me toen ik hem jaren geleden interviewde en dat heb ik in mijn oren geknoopt. Mijn buurman denkt daar anders over. Hij bestrijdt te vuur en te zwaard alles wat hij niet zelf in zijn tuin heeft geplant. Ook die schattige kleine viooltjes die tussen zijn tegels uitpiepen. Weg ermee. Hij zegt tegen mij dingen als: het is prima als jij je tuin laat verwilderen, maar je moet wel dat gras weghalen, want dat zaait uit als een gek. Dat gras is het gras met een leuke pluim dat een vriendin van me konijnenstaartjes noemt. Ik wil graag een goede buur zijn en trek alle konijnenstaartjes zonder pardon uit.
Omdat onkruid niet bestaat is het wel zaak dat ik met mezelf afspraken maak over wat wel en niet kan. De paarse dovenetel mag blijven en natuurlijk ook de wilde hyacinthen en de vergeetmenietjes. In de hondsdraf komen straks mooie blauwe bloemetjes, maar het hoeft niet mijn hele tuin over te nemen, dus dat probeer ik in de hand te houden. En dat mooi bloeiende plantje waarvan ik denk dat het zenegroen is? Moet ik het te lijf gaan of lekker laten zitten? Voorlopig staat het niet in de weg en mag het blijven. De konijnenstaartjes blijf ik verwijderen, want daarin heeft mijn buurman wel gelijk. Als je grassen hun gang laat gaan verandert je border in een prairie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten